21 nov 2011

Geslaagde aftrap voor Migratie OSIRIS Backoffice - deel 2

Robert Serné geeft, voordat hij zijn presentatie start, in het kort eerst nog een paar uitgangspunten bij de migratie weer. ‘Bij de migratie wordt de bestaande functionaliteit gemigreerd van de oude naar de nieuwe technische architectuur. Het datamodel van OSIRIS zal hierbij ongewijzigd blijven. Dit datamodel is immers door de jaren heen goed gebleken en staat dan ook niet ter discussie. Ook de procedures van OSIRIS zullen niet veranderen. Er zijn binnen OSIRIS veel procedures beschikbaar; deze zullen vanuit de nieuwe technische architectuur aangeroepen blijven worden. Ook wordt er geen nieuwe functionaliteit toegevoegd; de migratie wordt immers ingegeven vanuit technische redenen, niet vanwege functionele redenen. De bestaande functionaliteit wordt dus gemigreerd en zoveel mogelijk 1:1 overgezet. Uiteraard wordt er wel kritisch gekeken of schermen of gegevens samengevoegd kunnen worden en eventuele andere verbeteringen zijn door te voeren. Als dat wenselijk en mogelijk is doen we dat natuurlijk, maar het is niet de bedoeling om tot een ander soort procesmodel of workflow te komen.’ Robbert Serné benadrukt hierbij dat heroverweging van functionaliteit praktisch gezien ook helemaal niet kan: ‘De migratie is een majeure operatie. Een operatie die bovendien onder een zeer strakke tijdsdruk staat; in een periode van anderhalfjaar moeten alle schermen van de OSIRIS back-office herbouwd worden.’

Nu het woord ‘schermen’ in zijn toelichting gevallen is, start Robbert het protoype vanaf zijn laptop op, hetgeen voor alle aanwezigen die morgen via een beamer op een scherm is te volgen. Het eerst in het oog springende onderdeel van het prototype is natuurlijk het zichtbare element van de gebruikersinterface: de nieuwe look-and-feel. Uiteraard in het design van de (nieuwe) huisstijl van OSIRIS, maar ook met een hogere resolutie - die gaat namelijk van 1024x768 pixels naar 1280x1024 pixels. Serne: ‘Belangrijker dan dit visuele aspect is uiteraard hetgeen zich ‘achter de schermen’ afspeelt. Drijfveer hierbij was ondermeer dat er veel aandacht moest uitgaan naar het optimaliseren van de interface op de kenmerken ‘gebruiksvriendelijk’ en ‘intuïtief’. Voorwaarde daarbij was dat zowel nieuwe als bestaande gebruikers moeiteloos hun weg in het nieuwe systeem moeten kunnen vinden.’

Serné toont het eerste scherm, om de functionaliteit van ‘zoeken’ en ‘navigeren’ uiteen te zetten, maar vertelt eerst een bijzonderheid over de startpagina: ‘De homepage zal straks ook nieuw zijn, in z’n verschijningsvorm uiteraard, maar vooral nieuw is de ‘dashboard’-functie. De gebruiker kan voortaan zelf ‘widgets’ toevoegen en kan daarvoor kiezen uit een vaste lijst met ‘widgets’ als actiepunten, mededelingen, favorieten, enzovoorts. Dit
startscherm wordt in een volgend prototype verder uitgewerkt.’ Robbert Serné demonstreert vervolgens de manier van zoeken en navigeren. Bij zoeken kan gekozen worden tussen ‘eenvoudig’ en ‘uitgebreid’ zoeken. Bij eenvoudig zoeken wordt een beperkt aantal filters getoond. Filters die hetzelfde werken als in het huidige OSIRIS backoffice, maar er zijn nieuwe functionaliteiten aan toegevoegd. Zo past het datatype van het invoerveld zich aan naar het datatype van het filter. Er is ook een kalender beschikbaar voor datumvelden, en in de lijst kan zowel op de code als omschrijving worden gezocht en kunnen in één keer meerdere waarden worden geselecteerd. Bij uitgebreid zoeken wordt een selectieformulier getoond met alle filters. De waarden die bij eenvoudig zoeken zijn opgegeven worden meegenomen bij het uitgebreid zoeken, waarbij de gekozen filters worden opgeslagen als ‘laatste selectie’ en deze worden direct getoond in het scherm ‘eenvoudig zoeken’. Verder kan via het zoekveld in de menubalk snel gezocht worden naar een student, cursus of examen-programma. Voor cursussen kan er gezocht worden op een drie-tal velden, maar er kan ook gezocht worden op 1 of meerdere trefwoorden. Als er bijvoorbeeld maar 1 cursus wordt gevonden, wordt meteen de detail-informatie van de cursus in een apart tabblad getoond. Ook het ‘navigeren’ kent tal van veranderingen, die door de aanwezigen als positief worden ervaren. Die teneur geldt eigenlijk voor al het getoonde, blijkt uit de eerste spontane reacties. De beoogde migratie wordt dan als heel positief bestempeld, maar zal zeker ook pittig kunnen zijn voor de nieuwe gebruikers, zo is de eerste indruk. Robbert Serné besluit zijn demonstratie door te wijzen op enkele procedurele zaken: ‘Nadat een prototype is gedemonstreerd, toegelicht en inhoudelijk is besproken met de OSIRIS Ontwerpgroep, eigenlijk dus zoals vandaag het geval is, zal het prototype ook in de vorm van SAAS beschikbaar komen. Alle leden van de OSIRIS Ontwerpgroep hebben hier dan vanaf hun eigen locatie toegang toe, zodat zij daarmee een krachtig communicatiemiddel in handen hebben om de eigen achterban bij de instelling mee te laten kijken.’ En tot slot: ‘Het is goed te beseffen dat de aanpak er op gericht is om van ‘groot’ naar ‘klein’ te werken. In het ontwerpcyclus zit het detailontwerp dus niet aan het begin, maar juist aan het eind.’